Sociale media zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Ze bieden geweldige mogelijkheden om verbinding te maken met anderen en op een snelle en duidelijke manier informatie uit te wisselen. Maar naast de voordelen brengt deze digitale interactie ook uitdagingen met zich mee. Hoe moeten we bijvoorbeeld omgaan met het fenomeen ‘juice kanalen’ die geruchten en roddels verspreiden? Hebben deze juice kanalen bestaansrecht? Wanneer kan een benadeelde actie ondernemen tegen deze kanalen? Heeft een rechtszaak tegen juice kanalen zin?
Vrijheid van meningsuiting: belangrijke pijler van onze democratie
In Nederland hebben we het recht op vrijheid van meningsuiting, dat is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit houdt in dat individuen vrij zijn om zonder voorafgaande toestemming hun gedachten en gevoelens te uiten, óók op sociale media, tenzij de wet anders bepaalt. Maar deze vrijheid is niet absoluut. Een mening mag namelijk niet op onrechtmatige wijze schade toebrengen aan een ander. Een schending van het recht op privacy van iemand brengt – via artikel 6:162 BW – mee dat een uiting of publicatie onrechtmatig is, als gevolg waarvan de auteur van deze uiting/publicatie aansprakelijk kan worden gehouden voor de geleden (reputatie)schade. De vrijheid van meningsuiting staat daarom vaak op gespannen voet met het recht op eerbiediging van het privéleven (daaronder begrepen het recht op eer en goede naam), dat eveneens opgenomen is in de Grondwet (artikel 10) en het EVRM (artikel 8). Deze rechten zijn niet alleen beide fundamenteel maar qua gewicht ook gelijkwaardig aan elkaar. Hoe wordt in een specifieke situatie dan beoordeelt welk recht of belang boven het ander prevaleert?
Juice kanalen vallen onder journalistiek
De rechter heeft in 2022 al geoordeeld dat ‘juice kanalen’ onder journalistiek vallen, aangezien zij gericht zijn op het verspreiden van informatie, meningen of ideeën aan het publiek. Dit betekent dat juice kanalen dezelfde rechten hebben als journalisten, zoals het recht op vrijheid van meningsuiting en bronbescherming. Tegenover deze rechten staan echter ook aantal belangrijke plichten. Zo dient een journalist – en dus ook een juice kanaal – er zorg voor te dragen dat er voor de beschuldigingen goede gronden zijn. De beschuldigingen moeten dus bewezen kunnen worden, en hoewel het bewijs niet sluitend hoeft te zijn, moeten de beschuldigingen wel voldoende aannemelijk zijn. Zeker wanneer het gaat om ernstige beschuldigingen die (reputatie)schade tot gevolg kunnen hebben.
Wanneer is ‘juice’ onrechtmatig?
Bij de beoordeling of een uitlating op sociale media onrechtmatig is moeten alle feiten en omstandigheden van het geval worden bekeken. Hierbij worden het recht op eerbiediging van de privésfeer en het recht op vrijheid van meningsuiting tegen elkaar afgewogen. Als blijkt dat het ene recht zwaarder weegt dan het andere, kan de inbreuk op het andere recht gerechtvaardigd zijn. Met andere woorden: als het recht op het vrije woord in een specifiek geval belangrijker wordt geacht dan iemands recht op eerbiediging van zijn privéleven en goede naam, dan is de uitlating toegestaan, zelfs als deze de ander (reputatie)schade toebrengt. Bij deze afweging spelen diverse factoren een rol.
Uit de rechtspraak volgen in grote lijnen de volgende gezichtspunten:
Wat te doen tegen onrechtmatige juice?
Een benadeelde die meent schade te hebben geleden door een onrechtmatige uitlating kan twee routes bewandelen: de strafrechtelijke route en/of de civielrechtelijke route.
Wanneer de benadeelde kiest voor de strafrechtelijke route, dan dient hij of zij aangifte te doen van ‘smaad en laster’. Van smaad is, kort gezegd, sprake als een uitspraak weliswaar feitelijk klopt, maar deze enkel het doel heeft om de goede naam en eer van iemand aan te tasten. Het openbaar maken van overspel of afwijkende seksuele voorkeur wordt bijvoorbeeld als smaad aangemerkt. Bij laster gaat het om uitingen die (naar alle waarschijnlijkheid) niet op waarheid gebaseerd zijn. Er worden dus leugens verspreid om iemands reputatie te beschadigen.
Omdat voor de strafrechtelijke route altijd een aangifte vereist is, ligt deze niet voor de hand. Je geeft de zaak in feite uit handen aan het OM en bent als slachtoffer slechts zijdelings betrokken bij de procedure. Verder is deze route relatief traag en geef je onnodig extra ruchtbaarheid aan de roddels.
De civielrechtelijke route is vaak de aangewezen manier om in actie te komen tegen achterklap. Je kunt een civielrechtelijke procedure bijvoorbeeld rectificatie en/of een schadevergoeding eisen. In een voorstadium zou je zelfs door middel van een kort geding (spoedprocedure) kunnen proberen om de publicatie van de uitlating tegen te houden of direct te laten verwijderen. Daarnaast is het mogelijk om de civielrechtelijke route en de strafrechtelijke route te combineren. Je zou bijvoorbeeld eerst via een kort geding kunnen proberen om de publicatie tegen te houden of te laten verwijderen. Mocht die poging mislukken, dan zou je aangifte van smaad en laster kunnen doen en tegelijkertijd een ‘gewone’ civielrechtelijke procedure kunnen beginnen om een schadevergoeding te eisen.
Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem dan vooral contact op met mr. Alsuhairi.
© 2025 alsuhairi.nl. Alle rechten voorbehouden. Met trots ontwikkeld en ontworpen door hundal.co